Kop
Nek
Lichaam
Staart
Poten
Vacht
Lengte & gewicht
Fouten


Rasgeschiedenis


Waar moet je bij aankoop van een pup op letten?



kop nek lichaam staart poten poten vacht vacht

Sorry, de 4 officiële talen zijn Frans, Engels, Spaans en Duits. Dit is een vrije vertaling. Bij eventuele fouten, contacteer de webmaster

FCI Standard N° 53 TRANSLATION : Mrs C. Seidler and Mrs Elke Peper. Naar Nederlands vertaald door Schelfhout Kurt
OORSPRONG : Hongarije
PUBLICATIEDATUM VAN ORGINELE STANDAARD : 06.04.2000
GEBRUIK : Herders hond.

CLASSIFICATIE FCI :
Groep 1 Herdershonden en Veedrijvers ( behalve Zwitserse Sennenhonden ).
Sectie 1 Herdershonden..
Zonder werkboekje.

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING :


De Komondor is een oud Hongaars herdersras dat zijn oorsprong in Azië kent. Zijn oorspronkelijke voorvaderen zijn naar alle waarschijnlijkheid met de Oude Magyaren, die als veekwekende Nomaden leefden, meegeïmigreerd tot aan het Carphatisch Basin.

ALGEMEEN VOORKOMEN :


The Komondor is large in size and powerfully built. Zijn aantrekkelijke voorkomen en waardig gedrag dwingt respect en soms angst af bij de toeschouwer. Ze zijn van nature terughoudend. Zijn robuste lichaam is bedekt met koorden, deze bestaan uit een vermenging van de onderharen met de bovenharen. Het lichaam heeft, en profile gezien, de vorm van een rechthoek die bij een vierkant aanleunt. De zwaarbehaarde kop steekt boven het lichaam uit. De staart wordt neerwaarts gedragen waarbij het staarteinde omhoog komt tot een bijna horizontale positie. De vacht heeft een ivoren kleur.
Back to Top

BELANGRIJKE PROPORTIES :


• De lichaamslengte is iets groter dan de hoogte.
• Het diepste punt van het borststuk komt ongeveer helft van de schofthoogte
• De snuit is een beetje korter dan de helft van de lengte van het hoofd.
Back to Top

GEDRAG / TEMPERAMENT :


Hij heeft een onverstoorbare moed in het bewaken en verdedigen van de kuddes die hem zijn toevertrouwd alsook de eigendom en het gezin waarin hij leeft. Hij valt stil maar volhoudend aan. Hij beschouwt zijn gebied als zijn eigen eigendom en zal daarin enig ander levend schepsel niet dulden. Hi is van nature achterdochtig. Overdag houdt hij ervan om liggend op een strategische plaats zijn eigendom te controleren. ' S nachts is hij altijd in beweging.
Back to Top

KOP :

Breed, in goede verhoudingl naar het lichaam. Zelfs de zware beharing op de kop laat hem niet uit proportie lijken.
Back to Top

SCHEDEL :

De schedel: Gewelfd, de wenkbrauwbogen zijn goed ontwikkeld.
Stop: Goed ontwikkeld maar niet te steil.
Back to Top

AANGEZICHT :


Neus: Kortaf en recht, zwart.
Snuit: Niet puntig, rechte neusrug.
Lippen: Zwart, dicht tegen mond en kaakbeen aangezet. Mondhoeken zijn gekarteld.
Gebit/kaak: De kaak is sterk en krachtig en zeer goed gespierd. Komplete en gelijkmatig schaargebit, geheel volgens de tandstelsel formule.
Wangen: Breed, van middelmatige lengte.
Ogen: Horizontaal geplaatst, donker bruin. De zwarte rand omsluit de oogbal goed.
Oren: Middelmatig hoog geplaatst op de gewelfde schedel. Duidelijk hangend vanaf de basis en V-of U-gevormd. Komen niet omhoog, noch bij dreigend gevaar, noch tijdens aanval.
Back to Top

NEK :

Zeer sterk gespierd. Moet een hoek van 35 graden vormen met de horizontaal. Wanneer er geen dreiging aanwezig is, wordt hij in bijna rechte lijn met de rug gedragen. Iets korter dan de medium lengte. Zonder nekkraag of halskwab.
Back to Top

LICHAAM :

Toplijn: De delen van het lichaam die de toplijn vormen zijn breed en heel goed gespierd.
Schoft: Voldoende lang vooraan goed afgetekend.
Rug: Kort.
Lenden: Middelmatig.
Kroep: Breed, van middelmatige lengte, licht helend.
Borst: Breed, goed gespierd. Het borststuk is van middelmatige diepte, breed en lang.
Buiklijn: Licht ingetrokken.
Back to Top

STAART :

De staart is laag aangezet en wordt hangend gedragen, waarbij het uiteinde bijna horizontaal gedragen wordt. het is wenselijk dat de staart tot aan het spronggewricht rijkt. Als de hond loopt of attent is, wordt de staart bijna in het verlengde van de rug gedragen.
Back to Top

POTEN :


VOORPOTEN :

Het keuren van de poten wordt sterk beinvloed door de lange koordenvacht. De voorpoten zijn zuilvormig en recht, parallel geplaatst. De borst is breed, die resulteert in sterke, vrij bewegende en wijd apart staande benen. De poten zijn stevig verankerd aan het lichaam. Sterke en krachtige botstructuur. Grote gewrichten.

Schouders :

De schouderbladen zijn matig hellend. De punten van de schouderbladen zijn vertikaal geplaatst ten opzichte van het diepste punt van de borst.

Voorvoet :

Groot, sterk met goed gevormde tenen. Kussens zijn lei grijs, dik en goed gevuld. Teennagels zijn grijs.

ACHTERPOTEN :

De positie van de achterste benen steunt het lichaam met een middelgrote hoekige vorm.Vanaf de kroep van medium lengte zijn brede, goed gespierde ledematen vereist.
Bovenbeen: Sterk gespierd, omvangrijk.
Achtervoet: Langer dan de voorvoet, voorts gelijk. Achtertenen dienen verwijdert te worden.
Back to Top

GANGWERK :

Lichte, vrije en gelijkmatige pas. Een grote, wijdse stap.
Back to Top

HUID :

De huid bevat veel pigment en is leigrijs. Men prefereerd een donker pigment op het tandvlees en het gehemelte.Verminderd pigment en roze huid zijn ongewenst.
Back to Top

VACHT :


HAAR :

Het gehele lichaam wordt door lang haar bedekt. De vacht bestaat uit een grovere bovenvacht en een fijne, wollige ondervacht. De karakteristieke vacht wordt bepaalde door de verhouding van de onder- en de bovenvacht. De ruige mattende vacht is een basis vereiste. Een eveneens dichte, koordenvacht komt voor. De vacht is het langst op de kroep, in de lendenen en op de achterkant van de bovenbenen (minstens 20 tot 27cm). Op de rug, de zijkanten van de borst in de streek rond de schouderbladen heeft het haar een medium lengte (15-22cm), op de kaak, wenkbrauwen, de bovenzijde van de kop, op de oren, de nek en de poten, is het haar korter (10-18cm) en op de lippen en de onderste delen van de poten is het haar het kortst (9-11cm). Noch een gekamde of verwaarloosde vacht zijn wenselijk.

KLEUR:

Ivoor.
Back to Top

LENGTE EN GEWICHT:


SCHOFTHOOGTE :
Reu: Minimum 70 cm.
Teef: Minimum 65 cm.

GEWICHT :
Reu: 50 – 60 kg.
Teef : 40 – 50 kg.
Het ras toont weinig fouten in type en is grotendeels uniform doordat het altijd met hetzelfde doel gekweekt is.
Back to Top

FOUTEN :

Elke afwijking van de voorgaande punten moet worden bezien als een fout en de ernst waarmee de fout behandeld wordt moet in proportie zijn met de graad van de fout.
In het bijzonder:
• Afwezigheid van pigment op de neus, rond de ogen en op de randen van de oogleden.
• Losse oogleden.
• Gekrulde staart.

Back to Top


ELIMINERENDE FOUTEN:


• Zwakke lichaamsbouw; afwezigheid van spiermassa.
• Entropion, Ectropion.
• Onderbijt en bovenbijt, knarsentanden.
• Lichte oren..
• Korte staart (eindigend 3cm boven het sprong).
• Zware poten en foutief gangwerk.
• Geen ivoorkleurige vacht of een meerkleurige vacht.
• Afwijking van de onderste hoogte limiet zoals beschreven in de stadaard..
Back to Top


NB :

Een reu moet 2 normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaalt.
Back to Top

 

Bij fouten, ideetjes of vragen kun je contact opnemen met de webmaster.

 

 

 

 



Onze foto's